In dit gedeelte wordt beschreven hoe u instellingen kunt configureren via het bedieningspaneel van de printer.
Selecteer Instel. op het startscherm van de printer.
Selecteer Netwerkinstellingen > Geavanceerd > TCP/IP.
Selecteer IP-adres ophalen en selecteer vervolgens Handmatig.
Voer het IP-adres in.
Selecteer het pictogram
of
om de focus tussen de IP-adressegmenten te verplaatsen.
Voer gegevens in bij Subnetmasker en Standaardgateway.
Als de combinatie van het IP-adres, het Subnetmasker en de Standaardgateway onjuist is, kunt u niet doorgaan met configureren. Controleer of er geen fouten in de ingevoerde waarden staan.
Voer het IP-adres van de primaire DNS-server in.
Wanneer u Auto selecteert voor de instellingen voor het toewijzen van het IP-adres, kunt u de instellingen voor de DNS-server selecteren bij Handmatig of Auto. Als het adres van de DNS-server niet automatisch kan worden opgehaald, selecteert u Handmatig en voert u het adres van de DNS-server in. Voer vervolgens het adres van de secundaire DNS-server rechtstreeks in. Ga naar stap 8 als u Auto selecteert.
Voer het IP-adres van de secundaire DNS-server in.
Tik op Start installatie.